Retributiereglement op het uitstallen van terrassen

Artikel 1 – Er wordt een belasting geheven op het uitstallen van terrassen op het openbaar domein.

Artikel 2 – De uitstalling van een terras op het openbaar domein dient te gebeuren conform het “algemeen gemeentelijk reglement op inname van het openbaar domein”.

Artikel 3 – De uitstallingen van terrassen in het kader van braderijen, feestmarkten, kermissen, bijzondere feestdagen of evenementen van gemeentelijk erkende en/of gesubsidieerde verenigingen zijn vrijgesteld van deze belasting.

Artikel 4 – De belasting wordt vastgesteld per m² of per begonnen m² ingenomen oppervlakte van het openbaar domein en per periode. Bij het bepalen van de oppervlakte worden de ruimten voor ramen en deuren, afsluitingen en windschermen mee aangerekend. De belasting geldt niet voor oppervlakten waarvoor marktgeld of plaatsrecht betaald wordt.

Artikel 5 – De belasting voor de uitstalling van terrassen wordt als volgt vastgesteld: 12,50 EUR per m² of per begonnen m², met een minimum van 150 EUR.

Artikel 6 – De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de uitstalling van het terras en bij ontstentenis van een aanvraag, de innemer van het openbaar domein.

Artikel 7 – De belasting is ondeelbaar en voor gans de periode verschuldigd, ongeacht de datum van aanvraag of beëindiging van de opstelling van de uitstalling.

Artikel 8 – De aanvrager dient vooraleer men een inname van het openbaar domein realiseert op het grondgebied van de gemeente een aanvraag in te dienen conform het “algemeen gemeentelijk reglement op inname van het openbaar domein”.

Artikel 9 – Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingsplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Artikel 10 – De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar.

Artikel 11 – Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering.

Artikel 12 – De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in de gelijknamige wet van 24 december 1996 zoals aangevuld en gewijzigd door de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen en latere invullingen en het uitvoeringsbesluit.