Mariagaarde Instituut

Het Mariagaarde Instituut

Toen in 1879 de ‘antigodsdienstwet’- Van Humbeeck werd gestemd, haastte de kasteelheer van Westmalle zich om een schooltje op te richten waar de dorpskinderen nog godsdienstonderricht konden volgen. Na de regeringswissel in 1884 kwamen de katholieken weer aan de macht en trokken de kinderen terug naar de gemeenteschool. De twee nieuwe klaslokalen stonden nu leeg.

Baron Emile de Turck de Kersbeek vroeg aan de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar om een meisjesschool op te starten in Westmalle. Zij gingen akkoord. In 1890 werd gestart met de bouw van een klooster en een lokaal voor de kleuterschool op de eigendom van de baron: Hoogbos langs de huidige Oude Molenstraat. Op 30 januari 1891 namen drie nonnen hun intrek in het klooster. Op 3 februari 1891 werd de lagere school geopend met ongeveer 100 leerlingen.

Tussen 1891 en 1909 werd heel wat bijgebouwd en aangepast. Zo werd er een gaanderij, een derde klaslokaal, een washuis en een bergplaats voor kolen en hout gebouwd met de financiële steun van de baron en de Abdij van de Trappisten. Het klooster werd vergroot in 1909.

Door de invoering van de leerplicht in 1914 voor alle kinderen van 6 tot 14 jaar werd aan het bestaande lager onderwijs een vierde graad toegevoegd (7de en 8ste leerjaar). Voor de meisjes werd een huishoudelijke opleiding voorzien. Omdat het aantal leerlingen bleef stijgen werd er vanaf 1931 regelmatig bijgebouwd.

De leerlingen van het derde, vierde en vijfde leerjaar zaten niet met al hun leeftijdsgenoten samen in de klas, maar werden verdeeld. Men noemde dit klassen met een ‘grote’ en een ‘kleine’ kant. Terwijl de leerkracht les gaf aan de ene groep, kregen de kinderen van de andere groep een taak die ze zelfstandig moesten afwerken. Godsdienst was een belangrijk leervak waaraan heel wat tijd en aandacht werd besteed.

In de periode 1931 tot 1945 werd er nog aanzienlijk bijgebouwd, met o.a. de inrichting van een juvenaat voor meisjes. Tijdens de tweede wereldoorlog deden de gebouwen ook dienst als opvangcentrum voor vluchtelingen uit de regio. Vanaf 1946 nam het aantal leerlingen zodanig toe dat er alweer nieuwe klaslokalen bijkwamen. Het juvenaat werd afgeschaft en een Hogere Normaalschool voor Landbouwhuiskunde werd opgericht. Internaat was verplicht, behalve voor de meisjes van Westmalle. Men sliep op slaapzalen in chambretten. Elke morgen moest men de mis bijwonen en ’s zondagsnamiddags was er ook het lof. In de beginjaren mochten de leerlingen alleen met Allerheiligen, Kerstmis, Pasen en de zomervakantie naar huis. Brieven waren het enige contact met thuis, vrienden en vriendinnen. En ze werden eerst door de zuster gelezen….

Aan de leerkrachten werden hoge eisen gesteld. Hun gedrag moest onberispelijk zijn en hun kleding ‘voornaam’: geen te ‘opzichtige’ kleuren en de rok lang genoeg. Wanneer er hierover twijfel bestond, moest de juf op haar knieën op de ‘trede’ in haar klas gaan zitten. Als de zoom de vloer raakte, was het in orde.

Vanaf 1968 evolueerde de school snel van een Landelijke Huishoudschool naar een middelbare school met heel wat studiemogelijkheden, onder andere: sociaal-technisch, techniek-wetenschappen, sportwetenschappen, kinderzorg en thuis- en bejaardenzorg. Het leerlingenaantal verviervoudigde in ruim dertig jaar: van 255 in 1970-1971 tot 1086 in 2012-2013. En dus moest er weer worden bijgebouwd…. In 1989 kwam er ook een grote sporthal. In 1991 vierde de school haar honderdjarig bestaan.

Adres: Mariagaarde Instituut Oude Molenstraat 13 2390 MALLE