INTERVIEW: Geboren Mallenaar Raf De Bie stelt debuutroman Dromenvanger Dino en het verhaal van de Vespa voor

Ben je benieuwd hoe een huwelijksaanzoek van een Scrabble-liefhebber kan leiden tot een reis over zee in een gigantische fles? Dan kom je op 20 januari best naar de lezing van auteur en ex-Mallenaar Raf De Bie.

Hij vertelt er dan in de bib van Oostmalle over zijn debuutroman ‘Dromenvanger Dino en het verhaal van de Vespa’. Als opwarmer presenteren we je al graag een uitgebreid interview met Raf over onder meer zijn Malse roots, zijn debuutroman en zijn ambities als auteur. 

Kan je je kort even voorstellen aan de Mallenaren en wat meer vertellen over jouw Malse roots?

Raf: “Ik ben in juli 1986 geboren in het ziekenhuis te Sint-Antonius. Vervolgens heb ik, met onderbreking van een jaartje Westmalle, mijn ganse leven in de Geurtsestraat te Oostmalle gewoond. In de lagere school ging ik naar Immaculata Instituut, een fantastische school met fantastische leraars, en later naar Maris Stella, waar ik Economie-Wiskunde studeerde. Ik heb tien jaar trompet gespeeld bij de Koninklijke Harmonie Sint-Laurentius en heb in mijn jonge jaren met de Chiro vaak het bos in de Renesse onveilig gemaakt. En in mijn nog jongere jaren heb ik in de Nopri op de schoot van Sinterklaas om een vliegtuig op afstandsbediening gevraagd. Als ik niet voor de liefde was verhuisd, was ik vast mijn ganse leven hier gebleven! Diepere roots leiden me nog tot de Lange Dreef, waar mijn moeder is opgegroeid op een van de boerderijen (die van Sips!). Heel wat familie woont ook in Malle, net zoals nog enkele goede vrienden.”

Je woont en werkt nu in Lier, maar kom je nog vaak in Malle? 

“Ik kom er het vaakst om mijn moeder en mijn jongste zus te bezoeken. Ik probeer ook de klassieke evenementen mee te pikken, zoals de Gordel, de Volksspelen, Salphen en het nieuwjaarsconcert van de harmonie. Ik ga ook nog weleens graag met mijn vriendin wandelen aan de kleiputten of eekhoorntjes spotten in de Renesse. Onlangs was ik in de Bib Malle om een lezing bij te wonen van Wouter Deboot. En aan het einde van de zomervakantie heb ik een concert van de harmonie aan Kasteel De Renesse bijgewoond. Ik zag er trouwens op het menu boterhammen met kaas voor zes euro, wat me duur leek, tot ik een plak trappistenkaas van meer dan een centimeter dik op mijn bord kreeg voorgeschoteld en eraan herinnerd werd dat Mallenaren altijd Bourgondiërs zullen zijn en blijven!”

Wanneer heb je de schrijfmicrobe te pakken gekregen en hoe is dat gegaan?

“Ik heb als kind enorm veel gelezen. In de lagere school schreef ik ook graag opstellen. De boekbesprekingen in het middelbaar vond ik meestal bij de minder vervelende taken van huiswerk horen. Rond mijn negentien begon ik met mijn beste vriend, die toen in Antwerpen studeerde, een blog over het wel en wee van de goudvissen op zijn kot. En rond mijn eenentwintig besliste ik dat ik in mijn leven een boek wilde geschreven hebben. Dat deed ik vervolgens, al was dat geen groot succes. Maar sindsdien ben ik altijd blijven schrijven.”

Een boek schrijven, hoe begin je daar in godsnaam aan?

“Toen ik aan Dromenvanger Dino begon had ik al een hele weg afgelegd. Ik stond veel sterker in mijn schoenen dan toen ik op mijn eenentwintig voor het eerst een boek schreef. Ik had deelgenomen aan enkele dozijnen schrijfwedstrijden en had er in enkele belangrijke een prijs behaald. Daarnaast had ik de SchrijversAcademie in Antwerpen doorlopen, een opleiding van meerdere jaren. Ik had gepubliceerd in kleine en grote literaire tijdschriften en had zelf twee jaar in de redactie van een literair tijdschrift gezeten. Kortom, ik was klaar om de uitdaging aan te gaan van een volledig boek.

Maar ook dan was het niet eenvoudig. Ik was het namelijk gewend om kortverhalen te schrijven. In de eerste jaren van de Schrijversacademie schreef ik verhalen van een tweetal bladzijden. Aan het einde schreef ik kortverhalen van tien bladzijden, nog steeds een grote stap naar tweehonderd bladzijden. Ik heb daarom vaak mijn hoofdstukken als een kortverhaal beschouwd, die “toevallig” verder bouwden op de verhalen ervoor. Ik maakte mezelf dus iets wijs en was me daar uiteraard ook van bewust, maar toch bleek dat te werken J

Volhouden tijdens het schrijven was het moeilijkste. Ik heb een tijdje de hoofdstukken online geplaatst, zodat ik telkens naar een kortetermijndoel toewerkte. Ik ben vaak op locatie gaan schrijven, in bibliotheken of koffiebars, waar ik meer het gevoel had ‘op mijn werk’ te zijn dan thuis aan de tafel, waar ik snel afgeleid raakte door huishoudelijke beslommeringen. Ik heb zelfs twee maanden in een coworking space gewerkt, waar ik heel wat geld betaalde om te “mogen komen schrijven”. Dat werkte eigenlijk nog het beste, maar was op termijn financieel niet haalbaar. Al heb ik daar de belangrijkste hoofdstukken van het boek geschreven.”

Hoelang duurt het gemiddeld om een boek te schrijven?

“Ik heb aan dit boek vier jaar gewerkt. Zeker niet voltijds, al ben ik er in mijn hoofd heel vaak mee bezig geweest. De tijd tussen schrijfsessies was nuttig om alles te laten bezinken en tot nieuwe ideeën te komen. Het eerste jaar was ik erg aan het zoeken, vervolgens schreef ik twee jaar meer intens, en het laatste jaar was herschrijven voor de uitgeverij. Ik heb honderden kilometers gewandeld en gefietst met mijn personages in mijn hoofd. We hebben samen gelachen en gehuild. Maar het doet toch extra deugd om ze nu ook werkelijk op papier te laten bestaan. En dat ze een mooi verhaal te vertellen hebben.”

Je hebt pas een debuutroman uit. Kan je kort vertellen waarover dat boek gaat, zonder al te veel geheimen prijs te geven?

“De jonge hulpkok Dino is werkzaam in een Italiaans restaurant, waar hij verantwoordelijk is voor de desserts. Hij werkt er onder een strenge chef, een autofreak die ieder personeelslid naar een Italiaanse wagen vernoemt. Dino is bijvoorbeeld vernoemd naar de Fiat Dino, een sportwagen die de verkoopsverwachtingen niet kon inlossen. Dino vindt thuis rust in het schriftje op zijn nachtkastje. Daarin noteert hij de namen van de mensen over wie hij droomt. Het is voor hem een spelletje dat hij al speelt sinds hij kind was. Hij noemt zichzelf een dromenvanger. Op een dag ontmoet Dino de dochter van de chef. Hij leert dat zij zijn naam reeds kent, zonder dat ze elkaar ooit eerder hebben ontmoet. Nadat hij de dochter van de chef heeft ontmoet, krijgt Dino een bijzondere droom. Die droom lijkt hem iets belangrijks te willen vertellen. Samen met het meisje gaat hij op onderzoek naar die droom, die zijn oorsprong lijkt te vinden bij de oude Vespa van de chef.”

Waar haalde je je inspiratie voor je eerste boek?

Dat ging in meerdere fases. Ik heb in Antwerpen de SchrijversAcademie doorlopen. In het eerste jaar was er een opdracht om een kortverhaal te schrijven met de zin: “Toen hij wakker werd, was de dinosaurus er nog altijd.” Die zin is een bekend mini-kortverhaal van de Hondurese schrijver Augusto Monterosso. Ik ben iemand met veel verbeelding en schreef een kortverhaal over een dinosaurus die te laat kwam opdagen bij de begrafenis van een bijtschildpad en vervolgens langer was nagebleven. Het kortverhaal was voor mij de eerste keer dat ik voelde iets goed te hebben geschreven dat ook echt van mij was. Voordien had ik al verhalen geschreven die ik goed vond, maar die niet als iets van mezelf voelden, en ik had ook al verhalen geschreven die als van mezelf voelden, maar die niet goed waren. Bij die opdracht vielen die twee voor het eerst samen. Ze vielen ook erg goed in de groep en ik werd er nog vaak op aangesproken. Ik wilde de Dino daarom linken aan mijn eerste boek, zij het dan in een andere vorm.

In diezelfde periode kwam ik in boekhandel De Slegte in Antwerpen de verhalenbundel Birthday Stories tegen die was samengesteld door Haruki Murakami, een bundel met bekende schrijvers die een kortverhaal schreven over een verjaardag, waarbij Murakami zelf ook een verhaal voor de bundel had geschreven. Ik besloot het “missende kortverhaal” te schrijven, dat ook in die bundel kon worden gepubliceerd. Daarom begint het verhaal met een verjaardag.

Ik las ook de manga The Garden of Words van Makoto Shinkai, een verhaal over twee mensen die op zeker moment in elkaars leven komen en belangrijk zijn voor elkaar. Dat bracht me ertoe om Dino en de dochter van de chef aan elkaar te linken en het verhaal om hen te laten draaien. De manga What A Wonderful World van Inio Asano bracht me ertoe om te schrijven over twee jonge mensen in een stad.

Er zijn nog heel wat links naar andere boeken en films opgenomen, zoals The Godfather, Jungle Book en De Avonden van Gerard Reve.”

Hoe moeilijk is het om die inspiratie om te zetten in een boeiend verhaal?

“Heel erg moeilijk! Dit boek schrijven is zonder enige twijfel een van de moeilijkste dingen die ik al heb gedaan. Elke keer ik dacht een oplossing te hebben gevonden voor een probleem, daagden er alweer tien nieuwe op. Daarbij was er de constante onzekerheid van te weten dat de plekjes voor debutanten bij klassieke uitgeverijen heel beperkt zijn. Daarom had ik bij elke schrijfsessie het gevoel de lat heel hoog te moeten leggen, wat niet altijd bevorderlijk was voor de kwaliteit.

Ik ben iemand die graag dagdroomt. Heel vaak eindig ik teleurgesteld als ik die leuke nieuwe ideeën vervolgens op papier wil zetten. Meestal lijkt het helemaal nergens op. Zelfs als ik heel eenvoudig moet beschrijven hoe iemand op een stoel gaat zitten, heb ik daar tien verschillende versies voor en geen enkele versie voelt juist. Ik zeg altijd dat ik niet goed kan schrijven, maar wel goed kan werken aan een verhaal. Het is door al die uren herschrijven en opnieuw proberen dat het uiteindelijk toch een mooi en boeiend verhaal is geworden.”

Waarom moeten mensen jouw debuutroman absoluut lezen?

Toen ik achttien werd, zei mijn moeder dat ik moest blijven dromen in mijn leven. Ik denk dat dat een mooie wens is voor heel veel mensen. Maar hoe ouder je wordt, hoe makkelijker het is om dat te vergeten. Ik merk het zelf nu mijn twintiger jaren achter me liggen. Er zijn meer verantwoordelijkheden en zorgen liggen altijd op de loer. We moeten onthouden hoe belangrijk het is om niet verbitterd te raken door de tegenslagen in ons leven. En dat we nog steeds verwonderd mogen zijn over de wereld om ons heen. Het hoofdpersonage Dino laat zich graag verwonderen over de dingen. Net zoals de schrijver van het boek. En hopelijk de lezers!”

Heb je al ideeën/scenario’s klaar liggen voor een volgend boek?

“Te veel om op te noemen! Ik ben momenteel bezig aan mijn tweede boek, over een Japanner die heel erg graag miso ramen eet. Ondertussen moet ik de goesting onderdrukken om te werken aan mijn derde, over een slapende hond die maar niet wil ontwaken. En ik heb ook nog een stapeltje dinosaurusverhalen waar ik aan verder wil schrijven en die ik ooit eens wil bundelen, geïnspireerd op mijn eerste dinoverhaal en de verhalenbundels over de Krekel en de Mier van Toon Tellegen.”

Moet je als auteur ook veel boeken verslinden?

“Ik heb vroeger ontzettend veel gelezen. Als kind was ik vaste klant in de bibliotheek, waar ik elke week vijf boeken en twee strips ontleende. Drie weken was de termijn, maar ik stond elke week al terug aan te schuiven voor nieuwe boeken. Ik denk dat er op zeker moment in je leven zo’n enorme leeshonger moet zijn. In mijn late tienerjaren was het een tijdje minder, maar later heb ik de honger toch weer opgepikt. Lezen heb je als schrijver nodig om inspiratie op te doen, het doet je verbeelding werken, je leert empatisch te zijn, je vindt oplossingen voor de problemen waar je op botst en af en toe leer je nog eens een nieuw woord!”

Hoeveel boeken lees je zelf per week/maand?

“Ongeveer drie per maand. De boeken die ik heel graag lees, probeer ik traag te lezen. Mijn favoriete boeken begin ik na het einde meteen opnieuw te lezen. Ik herlees dus ook graag.”

Welke ambitie heb je als auteur?

“Het was mijn droom en ambitie om bij een klassieke uitgeverij een boek te publiceren. Ik ben er ontzettend dankbaar voor dat dit me gelukt is. Soms kan ik het nog altijd niet geloven. Wat er nu volgt, lijkt alleen maar bonus. Maar eerlijk is eerlijk, ik wil aan dat eerste boek natuurlijk een vervolg breien. Ik zou in de eerste plaats graag nog meer mooie verhalen willen schrijven die ik zelf wil lezen. En als dat samenvalt met een nieuwe publicatie is dat extra mooi meegenomen.”

Wie is jouw all-time favoriete auteur waar je geweldig naar opkijkt?

“Haruki Murakami is de bekendste en van zijn werk heb ik ook het meeste gelezen. Murakami heeft weleens gezegd dat sommige schrijvers eenvoudige dingen heel complex beschrijven, terwijl hij zelf probeert om complexe dingen heel eenvoudig te beschrijven. Dat probeer ik zelf ook na te streven. Verder zijn Murakami’s verhalen steeds volstrekt origineel, ze gaan verder dan de reeds verkende paden. Mijn verbeelding wordt altijd geprikkeld, zowel door de verhaallijnen als door zijn (in alle eenvoud toch) erg beeldend taalgebruik.”

Wat is je favoriete genre van boeken?

Genres die een beetje door elkaar lopen, maar: manga, magisch realisme en literatuur. Bij manga, “Japanse stripboeken” worden complexe emoties behandeld op heel toegankelijke wijze. Magisch realisme vind ik leuk omdat het mijn verbeelding doet werken en omdat ik me in een realiteit die niet helemaal de realiteit is, me het beste thuisvoel. Maar ik beperk me niet tot deze genres. Ik hou er in de eerste plaats van als de verteller van het verhaal me helemaal weet mee te slepen. Ik lees bijna uitsluitend in de ik-vorm. Ik zit graag in het hoofd van een personage.”

Op 20 januari kom je je debuutroman voorstellen in de bib van Oostmalle. Waarom moeten geïnteresseerden absoluut een kaartje kopen?

“Als je wil weten wat een dinosaurus komt doen op de begrafenis van een bijtschildpad, als je bezorgd bent over een toekomst waar bejaarde mensen geld moeten bijverdienen door brieven op hun lichaam te laten tattoeëren, als je benieuwd bent hoe een huwelijksaanzoek van een Scrabble-liefhebber kan leiden tot een reis over zee in een gigantische fles, dan ben je het aan jezelf verplicht om deze lezing bij te wonen.

Verder vertel ik over hoe leuk het is om in je eigen hoofd te verdwalen, hoe we ons moeten blijven verwonderen over de wereld waar we in leven en hoe het als onbekende schrijver toch mogelijk is om een uitgeverij te vinden. Maar beginnen doen we met het allerbelangrijkste, het nut van mooie verhalen.”

Meer info over de lezing van Raf De Bie in de bibliotheek van Oostmalle vind je hier. Tickets voor de voorstelling kan je reserveren via https://reservaties.malle.be. 

 

 

Gepubliceerd op maandag 20 december 2021 10.17 u.